Uit de agenda: schoolgaan in Brussel Afdrukken
20-07-2006
school2.jpg« Waarom zouden we leren mevrouw ? We vinden toch nooit werk ». Ik sta te trillen op mijn benen, maar wat hij zegt doet me even de krijtjes en de bijhorende verbale projectielen vergeten. Mijn tweede dag voor de klas en ze maken het me wel erg lastig. Hij is 17 en zit net als zijn 2 jaar jongere broer in het vierde jaar Handel Talen. Ik ben zijn leerkracht Engels. Ik leer hem de taal van Shakespeare en hij heeft er lak aan. Kan ik het hem verwijten?

In cijfers bekeken zou hij - mocht hij in Brussel stad wonen - 18,5% kans maken om van een uitkering te leven (OCMW, werkloosheid of invadiliteit). Kans om geen werk te vinden schommelt op gewestniveau 33% in zijn leeftijdscategorie. En naast zijn leeftijd, heeft hij ook zijn kleur niet mee (1 op drie werklozen is van buiten de EU origine). Ten slotte is er de jokerkaart laag- of hooggeschoold (2/3 van de werklozen is laaggeschoold). Zal hij die kunnen uitspelen? Hij heeft de statistieken die door mijn hoofd spelen niet eens nodig. Hij ziet de realiteit rondom zich ook wel. Is dat de leerschool van het leven? Ik leer in die drie maanden voor de klas niet alleen steviger op mijn benen staan, maar vooral dat de wereld niet alle 17-jarigen aan de voeten ligt.
Hoeft het zo te zijn? Nee, statistieken zijn er om de realiteit aan te passen niet om mijn leerling te brandmerken vanaf kleuterleeftijd. Er zit iets fout in ons onderwijs en je hoeft geen Frank Vandenbroucke te heten of PISA resultaten te bestuderen, om dat op te merken. Ons onderwijs scoort goed, maar slechts voor de happy few. De oorzaken zijn velerlei: opvolging van de ouders, financiële middelen en taal. Ik wil het hier in dit artikel vooral over dat laatste hebben.

Het Brussels onderwijs is institutioneel een aardig kluwen. Het sowieso al gecompliceerde onderscheid op gemeenschapsniveau wordt in Brussel verder opgeluisterd door de aanwezigheid van twee talengemeenschappen. Tien jaar geleden schreeuwden de Nederlandstalige scholen om kinderen. Vandaag zitten ze verlegen om hun succes: in sommige klasjes is niet eens 10% van de kinderen van thuis uit moedertaalspreker Nederlands.
Mijn leerlingen vloekten vlot in drie talen: Arabisch, Nederlands en Frans. Op mijn aanvraag durfden ze daar zelfs wel eens het Engels bij te nemen. Uit hun cijfers kon ik echter opmaken dat ze geen van alle talen echt machtig waren.

Dit bewijst andermaal dat een Brusselse meertalige realiteit een andere aanpak behoeft. Taalgevoel kweek je aan van de eerste levensjaren en de mogelijkheid om via een taal te leren veronderstelt tegelijkertijd een degelijke beheersing van die taal. Het hierbij vasthouden aan een uniform Nederlandstalig onderwijs heeft weinig zin. Als men verder toch in Brussel twee- of meertaligheid van zijn werknemers verlangt, moet het onderwijs in de mogelijkheid verkeren dit ook af te kunnen leveren. Hier schieten zowel het Nederlandstalig als het Franstalig onderwijs tekort.

Daarom zou men vanaf in het kleuteronderwijs de taalgevoeligheid moeten verhogen door integratie van taalonderwijs. Speels omgaan met een andere taal is de beste manier om ze onder de knie te krijgen. Kinderen gaan op die manier bovendien begrijpen dat een andere taal spreken eigenlijk heel normaal is.

Ook in de lagere school zouden de ketjes les moeten krijgen in de andere landstaal. Daarnaast moet er gewerkt worden aan de beheersing van de eigen moedertaal. Ik zou in deze het aanbod van Foyer terzake graag uitgebreid zien. En waarom zou men ten slotte in het secundair onderwijs kinderen niet de kans geven om naast Spaans en Duits, Italiaans, Turks, Portugees of Arabisch te volgen? Het belangrijke is dat de kinderen hierbij naast de taal hun zelfwaarde bijspijkeren: hun leefwereld en de school zijn immers niet rechtstreeks meer elkaars tegengestelden.

Het idee lijkt utopisch voor sommigen, maar vergt al bij al vooral een andere ingesteldheid die ver weg staat van alle hokjesdenken. Het gemeentelijke onderwijsniveau lijkt mij vanuit dit perspectief ideaal, om alvast het institutionele tijdelijk te omzeilen. Franstalige en Nederlandstalige schooltjes bestaan daar immers naast elkaar.
Onderzoek toont aan dat kinderen die op jonge leeftijd meerdere talen leren zich sterker ontwikkelen op cognitief vlak. Onze meertaligheid is in het Brusselse een culturele en educatieve schat die voor leerlingen als de mijne te weinig is aangewend. Hopelijk trekken we dit falen de komende jaren recht, zodat die statistieken niet statisch hoeven te zijn, maar net de motor van verandering.