| Dromen van een mooie stad: bouwperikelen |
|
| 22-08-2006 | |
Ik droom er soms van dat ik naar buiten ga midden in de nacht en dat ik er - in pyjama - met een sloophamer aan begin. Het hotel naast mijn deur; “misplaatst” is er een te lief woord voor. Het moet een UFO zijn die op een blauwe maandag dit ding vlak voor het Centraal Station achterliet. Immers, zoveel wansmaak kan toch niet menselijk zijn? En dat terwijl die plek zoveel te bieden heeft. Elke dag geniet ik van een wandeling naar beneden van de kunstberg. Meteen een ander perspectief. Het is onze “stadspoort” dat uitzicht. Brussel herrijst bij elke trede… een uitnodiging tot meer. De uitgang van het Centraal Station is daarmee vergeleken een achterpoortje dat men geniepig binnensluipt. “Kijk vooral niet naar mij” fluistert onze stad je tijdens het verlaten van het station in het oor. Het ding laat je eronderdoor lopen, maar een mooi zicht op het kerkje erachter en de mooie rij huizen kan/ wil het ons niet gunnen. Ik vraag me af hoe beleidsmakers onze stad zoveel pijn hebben kunnen doen? Brussel is een gevallen kind met een paar scheve tanden en een flink pak schrammen. Een tijdje geleden zag ik nog een foto van het oude Zuid station. Bijna Parijs. Het deed me pijn te weten dat die glamour voorgoed gesloopt is, om er een gedrocht van een station neer te planten. Dat de stad zelf zijn diensten onderbracht in een toren die de Anspachlaan ontsiert, is dan ook geen verrassing. Heeft grootheidswaanzin onze stad voorgoed naar de haaien geholpen? Nee, dit kind heeft liefde nodig en vooral visie. Sluit je ogen en stel je die plek eens even zonder dat hotel voor. We moeten hardop van die sloophamer durven dromen, oude plekjes beter beschermen en de open ruimte die ons rest koesteren. “Nieuw” hoeft niet hand in hand te gaan met “lelijk”. Onze wereld is rijk aan getalenteerde architecten die best mooie gebouwen ontwerpen. Het kunnen niet allemaal gedrochten zoals het Zuidstation of het Europees Parlement te zijn. Santiago Calatrava ontwierp voor Luik en Lissabon twee prachtige stations. Het Guggenheim museum zette Bilbao weer op de kaart. Onlangs was ik in Montréal en ook daar flirten architecten met tierlantijntjes en perspectief in de hoogbouw. Het kan! Laten we dan ook gaan voor een stad waar de schoonheid en gezelligheid het winnen van de fastfoodarchitectuur... en vooral voor politici die haar met veel liefde koesteren. |

nieuws 



Ik droom er soms van dat ik naar buiten ga midden in de nacht en dat ik er - in pyjama - met een sloophamer aan begin. Het hotel naast mijn deur; “misplaatst” is er een te lief woord voor. Het moet een UFO zijn die op een blauwe maandag dit ding vlak voor het Centraal Station achterliet. Immers, zoveel wansmaak kan toch niet menselijk zijn? En dat terwijl die plek zoveel te bieden heeft. Elke dag geniet ik van een wandeling naar beneden van de kunstberg. Meteen een ander perspectief. Het is onze “stadspoort” dat uitzicht. Brussel herrijst bij elke trede… een uitnodiging tot meer.